De werking van Mooss gaat terug tot 1981, toen vzw De Kolk werd opgericht: een ‘Kollektief voor Kreatief Vormingswerk’. Dat collectieve werd serieus genomen. De acht oprichtende leden leenden elk 200.000 Belgische franken van hun ouders, waarmee ze in afwachting van mogelijke subsidies hun eigen loon betaalden. Het betekende ook dat iedereen hetzelfde verdiende, dat iedereen evenveel te zeggen had én dat iedereen alle werk moest kunnen doen. Zo kreeg de eerste theaterdocent ook de boekhoudkundige taken toegewezen, met een zeer theatrale financiële controle tot gevolg. Ook het creatief vormingswerk schoot vlot uit de startblokken. De Kolk concentreerde zich in de beginjaren op kunstzinnige vorming voor jongeren en jongvolwassenen, meestal in de vorm van workshops. De organisatie werd in 1984 erkend als landelijke jeugddienst binnen het decreet LJW van 1975. De werking breidde zich vervolgens verder uit, onder meer met een jeugdtheatergezelschap, en het aantal medewerkers groeide mee.

In 1991 werd besloten om de doelstelling bij te sturen. Het puur productief werken (en dus ook het theatergezelschap) verdween en de klemtoon kwam te liggen op het procesmatige aspect. De organisatie wijzigde mee: de groep van medewerkers werd weer kleiner, de sociaalrechterlijke statuten verbeterden en het collectieve als interne doelstelling werd meer eigentijdser ingevuld.

Het sluitstuk van deze veranderingen was de naamswijziging: De Kolk werd Mooss. De oorsprong van die naam is een wat gênant verhaal. Tijdens een brainstormsessie werd ‘R. Mooss’ gesuggereerd: de naam waarmee kunstenaar-schaker Marcel Duchamp in 1917 zijn ‘fountain’ signeerde. In het pre-internet tijdperk werd zoiets zonder checken opgenomen in de statuten. Voor de eerstvolgende brochure was een foto nodig van het kunstwerk; op het urinoir bleek niet ‘R. Mooss’, maar ‘R. Mutt‘ te staan, een fijn fonetisch woordspelletje van Duchamp. Toeval of niet, maar het is net die dubbelzinnigheid, het verscholen verschil dat tot op de dag van vandaag kenmerkend is voor het aanbod van Mooss. Flexibiliteit in vorm en aanpak zijn constanten in onze werking. Door continu in te spelen op de noden en behoeftes van onze deelnemers, bewegen we ons kameleonachtig doorheen de wereld van kunst en erfgoed en zoeken we steeds naar het meest passende verhaal.

Niemand had toen kunnen voorspellen dat het juist dat kunstwerk zou zijn dat in 2004 door 500 vooraanstaande kunstkenners werd uitgeroepen tot het meest invloedrijke kunstwerk aller tijden. De oorsprong van de naam is dus veelbelovend voor de toekomst van Mooss en typeert ons ook: het kunstwerk dat beroemd werd door als kunstwerk afwezig te zijn.

In de jaren negentig richtte Mooss zo goed als elke dag cursussen in met open inschrijving, in eigen huis of elders. Omstreeks 2000 bleek echter dat het aanbod aan dergelijk cursussen steeds groter werd. Zeker in onze thuishaven Leuven merkten we dat er steeds meer organisaties ontstonden die zich toelegden op het inrichten van zo’n aanbod.

Het artistiek werken met kinderen, jongeren en hun begeleiders in heel Vlaanderen werd het voorbije decennium onze kernbezigheid. Naarmate ons open aanbod afnam, werd het aandeel vorming voor begeleiders groter. De traditionele kunstdisciplines theater, dans, beeldende kunsten en muziek werden vervolledigd met audiovisuele kunsten, en we werken ook steeds meer crossmediaal en interdisciplinair. Dit vertaalt zich in een groot en divers aanbod workshops op vraag. De ontwikkeling van kunsteducatieve producten voor musea en andere erfgoedsites nam een hoge vlucht, en hetzelfde kan gezegd worden van de participatieprojecten.

Deze inhoudelijke keuzes en de wisselwerking met de omgeving hebben Mooss telkens een stap vooruit doen zetten. In 2004 en in 2008 zien we als gevolg hiervan een duidelijke boost in de cijfers.

Mooss koos ervoor om tussen 2010 en 2014, volgens onze adviescommissie, haar zeer krachtig geformuleerde missie en visie met een duidelijke strategie vernieuwend consistent verder te zetten. Het was de bedoeling om ons inhoudelijk concept verder uit te werken en te innoveren, maar tegelijk ook te verankeren en consolideren, om de omvangexplosie te verwerken en een beter evenwicht tussen workshops, vormingen, participatieprojecten en kunsteducatieve producten te bereiken. Mooss werd in haar aanpak, structuur en omvang zoals gepland meer consistent, en tegelijk zijn er ook de afgelopen vier jaar weer inhoudelijke evoluties die Mooss opnieuw een fikse duw in de rug geven. De optie vier jaar terug om in te zetten op de innovatie van onze werking en aanbod, levertde haar vruchten af. Enkele voorbeelden: de eerste gedrukte uitgave van onze methodiek in 2009 gevolgd door een grondige herziening in 2012; de uitbouw van het omkaderende project PAR64; de start van onze unieke kunstjeugdbeweging Bazart, de start van het project ‘Publiek aan Zet’ in 2013. De recente cijfers van Mooss tonen een blijvende groei in omvang en diversiteit.

Enkele belangrijke inhoudelijke keuzes van de voorbije jaren op een rijtje:

  • We hebben ‘kreatief vormingswerk’ vervangen door ‘kunst- en erfgoededucatie’. Dat wil zeggen dat de nadruk op creativiteitsontwikkeling werd vervangen door een nadruk op de dialoog en omgang met kunst en dat we ons veel bewuster zijn geworden van de leerprocessen die onze deelnemers meemaken. De baseline werd ‘goesting in kunst/ first art aid’. Dat zorgde voor het aanpassen van onze missie en een trapsgewijze bijsturing van ons aanbod. Mooss opereert nu veel dichter bij de kunstwerken zelf en werd daardoor een belangrijke voortrekker op het vlak van bemiddeling.
  • Mooss investeert aansluitend ook meer in musea en erfgoed. Deze keuze zorgde niet alleen voor groei, hij verscherpte eveneens ons profiel en maakt ons uniek in het jeugdwerklandschap.
  • We hebben onze methodiek onder de loep genomen, uitgewerkt, opgeschreven en gepubliceerd. Daarmee zetten we niet alleen zelf een stap vooruit, maar profileren we ons ook als coachende, delende en vormende organisatie. Hiermee werd het onderdeel ‘educatie’ uit kunsteducatie ook explicieter onderbouwd.
  • Mooss blijft doelbewust low profile in haar communicatie en is steeds bereid om haar expertise te delen. Daardoor werden we een graag geziene partner in talrijke samenwerkingsprojecten. Mooss kreeg onder communicatiemedewerkers in ons werkveld de naam de ‘intel’ te zijn van kunsteducatie in Vlaanderen: Mooss is een kunst/erfgoededucatieve processor. We zijn vooral een sturende onderdeel binnen vele projecten dat vaak onmisbaar is voor de procesvoortgang.
  • De samenwerking met andere organisaties in het Leuvense heeft voor een frisse dynamiek, scherpere profilering en nieuwe kansen gezorgd. Wat begon als een infrastructurele overeenkomst tussen Artforum, Braakland, fabuleus, Wisper, Mooss groeide uit tot een inhoudelijke samenwerking binnen OPEK (+ afdeling drama van LUCA School of Arts en sociaal-artistieke werkplaats De Factorij).
  • In september 2011 hebben we een nieuwe jeugdbeweging opgestart: Bazart, de jeugdbeweging waar alles rond kunst en cultuur (en natuurlijk ‘kilo’s plezier’) draait, geeft de vrijwilliger een duidelijkere en grotere plaats binnen Mooss. De inhoudelijk input van de jonge vrijwilligers maakt Mooss tot een rijkere organisatie.